http://www.redeenwoud.be/modules/mod_image_show_gk4/cache/woudgk-is-656.jpglink

Ik wil het woud redden. Wat kan ik doen?

1. Gebruik minder papier en karton

Gebruik minder papier en karton. Zo bescherm je de bossen, beperk je het gebruik van energie en water bij de productie en zorg je voor minder afval. Moet je toch printen, doe het dan op beide zijden van het papier of gebruik de achterkant als kladpapier. Hergebruik enveloppen of krabbel er boodschappenlijstjes of berichtjes op.

Waarschijnlijk vind je vervangmiddelen: kringlooppapier of papier met FSC- of PEFC-keurmerk (schriften, wc papier, behang), textiel (servetten, zakdoeken, zakken) of internet (telefoongidsen, overschrijvingen).

2. Eet minder vlees

Wie vee kweekt, heeft veel weidegrond nodig of veel landbouwgrond om veevoeder (soja, maïs, voederbieten, koolzaad…) te telen. Dit gaat vaak ten koste van het woud. Velden met veevoeder vergen ook veel water en pesticiden, zodat het grondwater uitgeput en vervuild raakt. Maar dit is nog niet alles! Bij herkauwers komt er door de spijsvertering methaangas vrij, één van de meest geduchte broeikasgassen. Dit wordt nog erger wanneer ze eiwitrijk voedsel, zoals soja, gegeten hebben.

Ten slotte kan te veel vlees je gezondheid schaden (hoog cholesterolgehalte, kanker, diabetes…). Vervang het enkele keren per week door linzen, eieren, kaas, groenten, fruit…

3. Ik steun een herbebossingsproject

Elke dag verdwijnen overal ter wereld honderden hectaren woud. Het wordt gerooid voor landbouw- en woongebieden of om ons timmer- en meubelhout te leveren. Veel ngo’s werken aan de herbebossing van de hardst getroffen gebieden. Dit is niet alleen goed voor de ecologie (strijd tegen woestijnvorming, aardverschuivingen…), maar ook voor de biodiversiteit (aanplant van bedreigde planten, strijd tegen habitatversnippering…). Ook als de plaatselijke bevolking de projecten ondersteunt, kan je financieel bijspringen. Of waarom ga je er niet als ecovrijwilliger aan de slag?

4. Ik koop tuinmeubelen in geretificeerd hout

Hout heeft twee voordelen tegenover plastic: het is sterker en het is geen petroleumderivaat. Bij meubelen met een FSC- of PEFC-kenmerk ben je zeker dat hun hout uit duurzaam beheerde bossen afkomstig is, en niet uit overgeëxploiteerde regenwouden of uit gematigde of noordelijke bossen waar de biodiversiteit afneemt.

Geef de voorkeur aan plaatselijke houtsoorten met een keurmerk. Die zijn even bestendig als de exotische soorten, maar hun transport vergt minder energie en veroorzaakt minder vervuiling. Als je ze behandelt, gebruik dan natuurlijke middelen op basis van lijnolie, bijenwas of plantaardige was.

5. Ik doe mee aan de campagne 'plant for the planet'

Bomen leveren de mens voedsel, brandstoffen, bouwmaterialen, vezels en geneesmiddelen. Ze herbergen allerlei zoogdieren, vogels, ongewervelde dieren, mossen en paddenstoelen. Ze nemen koolstofdioxide op, geven zuurstof af, voorkomen erosie, houden de bodem vochtig, zorgen voor enkele graden afkoeling, verhogen de luchtvochtigheid en dragen bij tot het klimaatevenwicht. De bomen worden door de toenemende ontbossing bedreigd. Help deze ontbossing bestrijden door deel te nemen aan de campagne ‘Plant for the Planet’ van het milieuprogramma van de Verenigde Naties. Meer informatie vind je op www.unep.org/billiontreecampaign.

6. Ik download diergeluiden op mijn gsm

De Amerikaanse vereniging ‘Center for Biological Diversity’ wil Jan en alleman op een originele manier bewustmaken van de gevaren die de biodiversiteit bedreigen: ze biedt gratis beltonen aan met geluiden van zeldzame, bedreigde of kwetsbare dieren. Laat maar het gekekker van een slechtvalk horen, het geblaat van een reuzenpanda of het gezang van een beloega… iedereen zal verrast opkijken. Zo krijg je de gelegenheid om over het betreffende dier en zijn problemen te vertellen.

7. Ik maak kennis met betalingen voor milieudiensten

Een landbouwer die een bos niet rooit, maar er daarentegen voor zorgt, krijgt een vergoeding. Hij lijdt dan immers verlies, want hij kan zijn land niet uitbreiden. Maar dit bos slorpt wel afvloeiend water op en verhindert zo erosie, zet CO2 om in O2, biedt onderkomen en voedsel aan talrijke soorten.

Deze vergoeding is een van de vele mogelijke ‘betalingen voor milieudiensten’.Dit vernieuwende principe kent al wat succes, hoewel de financiële waarde van sommige milieudiensten moeilijk te bepalen is. Lijkt het jou toch wel wat? Praat er dan over met mensen die je kent! Misschien valt het niet in dovemansoren.

8. Ik word locavoor

Als ‘locavoor’ eet je alleen voedsel dat in jouw omgeving is geproduceerd.Zo beperk je het transport en dus de CO2-uitstoot (er dreigen immers veel dieren en planten uit te sterven door de klimaatveranderingen als gevolg van de toename van broeikasgassen). Je steunt ook landbouwers en voedselproducenten uit je streek, die inheemse soorten telen of kweken.

Vanzelfsprekend eet je dan seizoensfruit en -groenten. Vooral als ze biologisch geteeld zijn, vereisen ze minder chemische bestrijdingsmiddelen en meststoffen dan hun internationale tegenhangers én smaken ze vaak beter. Bovendien moeten ze niet vervoerd worden, wat de vervuiling binnen de perken houdt. Je wordt er dus zeker niet slechter van!